Vincent Bijlo

De wachtkamer van de tandarts is doorgaans geen prettige plaats om te verblijven. Je hoort in de verte het gesis van de waterafzuiger in de mond van de arme, weerloze patiënt in de stoel. Wieieieiezjieieie, je voelt de snerpende boor al in je eigen kies, die straks aan de beurt komt. Maar vandaag is bij de tandarts alles anders. Ik hoor niets van de mondmarteling die een deur verder plaatsvindt.
Adriaan van Dis zit naast me. Hij trekt me gedecideerd mee. Hup, weg van die stemmingbedervende tandarts, kom mee, we gaan mijn moeder bezoeken in het verzorgingshuis, we nemen amandelkrullen mee, die waren op. De thee zal wel lauw zijn, maar dat hoort zo, godzijdank is dat niet veranderd.
De tandarts tikt op mijn schouder, ik had haar de wachtkamer niet horen binnenkomen. “Ga je mee,” zegt ze vrolijk, “ik ga je kronen.” De behandeling duurt anderhalf uur. Vroeger leek dat wel een dag, maar nu niet. Van Dis mag mee de behandelkamer in.
Zo laat ik me tegenwoordig heel vaak vergezellen door auteurs of acteurs. Ik heb ruim 10 uur met Sylvia Poorta op de schommelbank van mijn veranda gezeten, terwijl ze mij De Stille Kracht van Louis Couperus voorlas. Ik was in ons Indië, de Nederlandse meiregen die ik rook veranderde in de Javaanse moesson. Ik was oprecht verbaasd dat er geen bediendes kwamen aansnellen als ik even de cd stopzette en om thee of rijsttafel riep.
Ik heb met Huub Stapel het Venlose carnaval gevierd, 40 pilsjes gedronken in krap 12 uur, terwijl ik gewoon in de auto zat, op weg naar een optreden in Groningen.
Ik heb in bed liggen lachen en huilen, Beatrice Van der Poel lag naast me en las me Een weeffout in onze sterren voor, het ontroerendste, liefste en hardste kankerboek dat ik ooit heb gelezen.
Ik heb met tijger Richard Parker dagenlang op een reddingssloep gezeten, dobberend op de oceaan, terwijl de vliegende vissen om mijn oren vlogen. In werkelijkheid zat ik achter mijn bureau. Ik moest eigenlijk mijn administratie doen maar acteur Kees Hulst dwong me naar Het leven van Pi te blijven luisteren.
Jan meng liet mij, via de pen van Erich Maria Remarque de gruwelijkheid en de absurditeit van oorlog voelen. P.F. Thomese las me voor uit Schaduwkind, zijn ontroerende, kwetsbare, eerlijke, maar nooit sentimentele gedachtestroom over het verlies van zijn pasgeboren dochter. Ik was diep geraakt. Niet alleen door Thomese, ook door de suite die Corrie van Binsbergen als een jas om het verhaal drapeerde.
Momenteel ben ik op bisonjacht, met een paar stinkende, negentiende-eeuwse Amerikanen. We zijn ingesneeuwd, we moeten hier de hele winter blijven, er zit niets anders op dan wachten en overleven. Ik vloek in mijn baard van drie maanden.
O, mijn vrouw roept, of ik ga koken. Dat ga ik maar doen, maar Jan Donkers gaat mee, hij weet alles van die stinkende negentiende-eeuwse Amerikanen.
Zo luisterlees ik overal, boek na boek na boek. Er zijn er 5 op de shortlist van de Luisterboek Award terechtgekomen, dat hadden er veel meer moeten en kunnen zijn. De shortlist is veel te short, we doen daarmee heel veel mooie lezers te kort. Luister maar eens, naar al die prachtige boeken, dan zul je horen dat ik gelijk heb.
Altijd al alles van cryomeren willen weten? Of van Richard Wagner? Of kampeeravonturen willen horen van een Turk die als kind altijd zo jaloers was op al zijn vriendjes die gingen kamperen?
De luisterwereld ligt voor je open, luister, hoor en zeg het voort. Luisterlezen ontziet de ogen en behoort de oren.

Foto: Jurjen Alkema